AI literacy in de EU AI Act: wat betekent het eigenlijk?
AI wordt steeds vaker gebruikt binnen organisaties. Ook in de zorg zien we AI terug in administratieve processen, planning, communicatie, verslaglegging, beeldanalyse en ondersteuning bij besluitvorming. De mogelijkheden zijn groot, maar AI brengt ook nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee.
Een belangrijk begrip binnen de Europese AI Act is daarom AI literacy, in het Nederlands vaak vertaald als AI-geletterdheid. Maar wat betekent dat precies?
AI literacy is geen technische opleiding. AI literacy betekent niet dat iedere medewerker moet leren programmeren of precies moet begrijpen hoe complexe algoritmes zijn opgebouwd. Het gaat er vooral om dat medewerkers voldoende kennis en begrip hebben om AI op een veilige, bewuste en verantwoorde manier te gebruiken. Zij moeten kunnen inschatten wat AI wel en niet kan, waar risico’s kunnen ontstaan en wanneer menselijke controle nodig blijft. De Europese Commissie omschrijft AI literacy als kennis, vaardigheden en begrip die mensen helpen om AI-systemen geïnformeerd te gebruiken en zich bewust te zijn van kansen, risico’s en mogelijke schade.
Waarom staat AI literacy in de EU AI Act?
De EU AI Act wil ervoor zorgen dat AI op een veilige, transparante en mensgerichte manier wordt gebruikt. Dat lukt niet alleen met technische eisen aan systemen. Ook de mensen die met AI werken, moeten begrijpen hoe zij dat verantwoord doen. Artikel 4 van de AI Act vraagt daarom van aanbieders en gebruikers van AI-systemen dat zij maatregelen nemen om te zorgen voor een voldoende niveau van AI-geletterdheid bij medewerkers en anderen die namens hen met AI werken. Daarbij moet rekening worden gehouden met kennis, ervaring, opleiding, training en de context waarin AI wordt gebruikt.
Met andere woorden: AI literacy moet passen bij de praktijk. Een zorgmedewerker heeft andere kennis nodig dan een softwareontwikkelaar, manager of beleidsmedewerker.

